Zaterdag 2 mei was het dan eindelijk zover: de dag waar ik lang naar toe had getraind en stiekem toch wel tegenopgekeken had. Mijn verste afstand tot dan toe was 65 kilometer, en die wedstrijd voelde voor mij niet als een succes. Sterker nog, de uitvoering was eigenlijk dramatisch. Ik twijfelde tot een week voor het Petranpad nog of ik mijn inschrijving niet om zou laten zetten naar de 65 km afstand, maar uiteindelijk besloot ik toch om voor de 112 km te gaan.
Zaterdagochtend rond half 4 ging de wekker, niet dat dat nodig was, want ik was al rond 3 uur klaarwakker. Toch wat spanning voor wat er komen gaat. Snel probeer ik wat witte bolletjes met jam te eten, maar dat lukt bijna niet dus stop ik ze maar in mijn trailvest voor onderweg. Uiteraard is dat niet het enige wat ik bij me heb, ik heb een dropbag vol met eten en drinken. Deze krijgen we op 55 km en hiermee kan ik mijn trailvest opnieuw vullen. En uiteraard zit mijn trailvest bij de start al vol met gels, stroopwafels, en wat noten.
De startplek is niet al te ver van mijn huis, dus na zo’n 30 minuten rijden kom ik aan in Meerlo. Na mijn startbewijs en een tracker opgehaald te hebben, is het tijd voor een korte uitleg van de organisatie. Er wordt gewaarschuwd voor de verwachte warmte. Gedurende de dag zou de temperatuur boven de 20 graden oplopen, met een flinke vochtigheidsgraad, dus veel drinken is het advies. Gelukkig heb ik Precision PH 1500-tabletten bij mij om de verloren elektrolyten direct aan te vullen. Dus ik besluit ook om bij elke mogelijkheid mijn flessen bij te vullen en er een tablet in te doen.

Om 5 uur gaan we dan van start, en ik verbaas me eigenlijk over hoe snel sommigen er vandoor gaan. Natuurlijk verwacht ik dat van top ultralopers als Roman Packbier en Onno Overes (die uiteindelijk gezamenlijk als eerste over de finish kwamen), maar ik had niet verwacht eigenlijk direct redelijk achteraan in het veld te zitten. Ik had van tevoren al besloten om mijn eigen tempo te lopen, en niet proberen aan te sluiten bij groepen de eerste 55 kilometer, want het doel is om de wedstrijd uit te lopen op een zo comfortabel mogelijke manier.
Na ongeveer 12 kilometer kwamen we bij de eerste post al aan na ongeveer 1 uur en 20 minuten. Ik had nog niet heel veel gedronken, maar toch besloot ik mijn fles bij te vullen, maar liep daarna redelijk snel weer door. Eigenlijk de eerste twee posten liep ik met zo’n beetje dezelfde mensen om me heen, sommigen met net zoveel ultra-ervaring als ik (weinig dus) en anderen die het Petranpad al vaker gedaan hadden. Wel prettig om ervaringen te delen, en dat zorgde er ook voor dat we sneller bij het tweede checkpoint waren dan ik had gedacht. Dit was net na de zeer indrukwekkende begraafplaats in Ysselsteijn, waar we uit respect wandelend overheen moesten.

Het volgende checkpoint zou Griendtsveen moeten zijn op zo’n 38 kilometer. Ik voel me eigenlijk best fris, maar ik merk wel dat het zelfs om 7 uur in de ochtend al drukkend warm begint te worden. Rond 9 uur kom ik aan in Griendtsveen en zie ik van een afstand mijn taekwon-do-trainer staan. Wat een leuke verrassing dat hij de moeite heeft genomen om hiernaartoe te komen. Samen lopen we richting het checkpoint en vul ik mijn softflasks weer bij, eigenlijk vanaf dit punt drink ik minimaal 1 liter tussen elk checkpoint in. Na een praatje en een paar stukken banaan is het tijd om verder te gaan. Vanaf dit punt loop ik praktisch alles alleen. Ja, ik kom wel mensen tegen en soms loop ik een paar kilometer samen, maar het grootste deel loop ik alleen. Ik ben dan ook blij dat ik de week ervoor een nieuwe koptelefoon van Shokz had gekocht, want de jaren 90 rock muziek zorgt ervoor dat ik, wanneer ik het zwaar heb, niet in mijn hoofd ga zitten. Ik zing wat mee en denk niet na.
Op 55 KM ligt mijn dropbag, hier neem ik de tijd om mijn trailvest opnieuw te vullen met gels en dergelijke, en ga ik even zitten voor een broodje en een flesje ice tea. Ik drink dat eigenlijk nooit, maar wat smaakt dat lekker vandaag! Dit is ook het eerste moment waarop ik begin te merken dat ik eigenlijk geen honger meer heb, en toch wat last van mijn darmen begin te krijgen. Ik besluit dan ook om niet al mijn broodjes op te eten, maar om wat cola te drinken, en wat extra repen in mijn tas te steken en weer verder te gaan. Ik ben ook niet de enige die het hier wat zwaarder begint te krijgen, want eigenlijk vanaf een kilometer of 50 begin ik langzaam mensen op te pikken. Eigenlijk wel fijn (voor mij dan), want het zorgt voor wat afleiding tijdens het lopen, want je maakt al snel een praatje.

Nog vier checkpoints te gaan, en dit is ook hoe ik de wedstrijd heb ingedeeld, per checkpoint en niet naar de kilometers kijken. Tussen elk checkpoint zit zo’n 12-17 kilometer, en dat is te overzien. Ik hobbel rustig door, en geniet van de natuur. Mooie stukken bos, heide, vennetjes, de stukken langs de Maas, en natuurlijk het moerasgebied, eigenlijk is het vanaf het begin aan al genieten. Ik snap ook wel dat sommige mensen deze wedstrijd meerdere malen gedaan hebben, het is niet alleen top georganiseerd en zeer vriendelijk, maar het is ook een prachtige route met genoeg afwisseling.
Vanaf een kilometer of 90 begin ik te merken dat ik het zwaar begin te krijgen. Af en toe speelt er een spier op en lijkt het alsof er kramp in kan schieten elk moment. Ik loop op dat moment met twee mensen die de 65 doen, en krijg een magnesium drankje aangeboden. Of het helpt tegen kramp weet ik niet, maar in dit geval heb ik er dankbaar gebruik van gemaakt. Ik besluit ook om iets vaker wat van tempo te wisselen en wat korte stukken te wandelen. Dit om de belasting iets te verlagen op mijn spieren, en hopelijk daardoor niet in de verkramping te komen. Eigenlijk lukt dat goed. Zonder kramp kom ik aan bij checkpoint 7. Nog maar één checkpoint te gaan, en die staat op 106 kilometer, dus de finish is in zicht!

Bij het checkpoint besef ik dat ik eigenlijk weinig meer gegeten heb de laatste 20 kilometer, dus ik werk nog snel een gel weg en neem twee handen pinda’s. Die pinda’s smaken een stuk beter dan al het zoete spul op dit moment. Nog één checkpoint, en dan de finish. Nog zo’n 15 kilometer, ik besef dat ik er over 3 kilometer al 100 op heb zitten en begin weer te lopen, het is nog maar een stukje denk ik, ik ga dit halen. Ik merk ook dat mijn plan het juiste was, rustig beginnen en doorblijven lopen. Ondanks dat er maar 9 kilometer zat tussen checkpoint 7 en 8, heb ik toch beide flessen volledig leeg gedronken, het is echt heel warm. Dus bijvullen, en door, want nu kun je het einde bijna zien.
De laatste vijf a zes kilometer, een rondje om de wijk, of zoals Andrew Glaze zegt: “Your mum can do a 5k.” Ik probeer mijn tempo weer op te pikken en dat lukt redelijk, al moet ik wel zeggen dat mijn heupen het zwaar hebben nu. Maar dat is ook niet gek. Nog wat grindpaden, bospaden, en dan hoor ik in de verte mensen klappen. Zou dat dan de finish zijn? Ik denk het wel, en een man met een hond verklapt het en zegt: “Nog een paar honderd meter, goed bezig!” Wat een moment, mensen die mij kennen weten dat dit voor mij vrij ongewoon is, maar, ik zou er bijna emotioneel van worden. Honderd en twaalf kilometer hardlopen, wie denkt nou dat dat een goed idee is? Het was niet alleen een goed idee, het was ook nog eens een prachtige ervaring. Uiteindelijk finish ik als 8ste, met een tijd van 12 uur en 45 minuten volgens de tracker, 12 uur en 48 minuten volgens de handmatige registratie. Wat een dag, wat een ervaring en wat een fantastisch georganiseerd evenement! Ik wil dan ook de organisatie en alle vrijwilligers bedanken, want zonder jullie kunnen dit soort geweldige wedstrijden niet bestaan! En nu, herstellen… Want dat gaat nodig zijn.


Geef een reactie